erfgoedwijs noord-holland

behoud en beheer/klimaatbeheersing en thermohygrografen

Het is niet altijd eenvoudig een stabiele omgeving voor de objecten te bereiken. Om te beginnen moet men gegevens over het klimaat verkrijgen door het doen van metingen. Aan de hand van de meetgegevens wordt duidelijk of en zo ja, welke regelapparatuur nodig is. Daarna dient men te blijven meten om er zeker van te zijn dat de apparatuur zijn werk doet.

meten en regelen van het klimaat

Veel musea hebben in de loop der tijd apparatuur aangeschaft: een of meer thermohygrografen en/of dataloggers om het klimaat te meten en be- en/of ontvochtigers om het klimaat te regelen. Zowel de meet- als de regelapparatuur vereisen regelmatig onderhoud. Hoe dit moet leest u hieronder.

de thermohygrograaf

Een thermohygrograaf (thg) is een instrument, waarmee de temperatuur en de relatieve luchtvochtigheid (RV) gedurende een bepaalde tijd op papier worden vastgelegd. Het apparaat heeft meestal een omlooptijd van een week. Elke week wordt dan een nieuw registratiepapier aangebracht.

Aangeraden wordt in een ruimte gedurende een jaar lang meetgegevens te verzamelen. Zo wordt zichtbaar gemaakt:
  • welke schommelingen er zijn in het klimaat

  • hoe temperatuur en relatieve vochtigheid met elkaar samenhangen

  • of, en hoe het klimaat in de loop van de seizoenen verandert en

  • of regeling van het klimaat nodig is.

Aan de hand van de meetgegevens kan men bepalen welke verbeteringen in het klimaat eventueel moeten worden aangebracht door:
  • aanpassingen te doen aan het gebouw, bijvoorbeeld tochtwering en/of dubbel glas

  • aanschaf van apparatuur ter verdere regeling van het klimaat, zoals be- en ontvochtigers

  • het maken van betere onderlinge afspraken omtrent de klimaatbeheersing

Om betrouwbare metingen te verkrijgen is het belangrijk dat de thermohygrograaf regelmatig wordt geregenereeerd en geijkt.

Terug naar boven

het gebruik van de thermohygrograaf

  • Het merendeel der thermohygrografen (thg’s) in musea zijn van het merk Thies.


  • Na het verwijderen van de sluitkap wordt de vergrendeling van de schrijfarmen aan de verticale stang losgemaakt.
    De stang heeft twee standen: staat de hendel onderaan naar links dan raken de pennen van de schrijfarmen het papier, staat hij naar rechts dan zijn ze vrij (bijvoorbeeld bij het vervangen van het papier).

    De bovenste arm geeft de temperatuur aan. De onderste arm is verbonden met het haarelement en geeft de relatieve vochtigheid aan. De meeste thermohygrografen (thg’s) hebben een haarelement van natuurlijk haar. De haren moeten regelmatig worden geregenereerd, zie hieronder. Er zijn ook thg’s met een kunststofhaarelement, deze behoeven geen regenerering en minder ijking.


  • Elke week moet het registratiepapier worden vervangen. Het wordt aangebracht rondom de trommel (let erop dat het papier onderaan goed aansluit, anders noteren de pennen op de verkeerde hoogte). De uiteinden van het papier vallen over elkaar heen, en worden vastgezet met de sluitbeugel.
    Door op het papier standplaats en datum aan te geven blijft bekend waar en wanneer de metingen zijn gedaan.
    De veer in de trommel opdraaien. De veer draait tegen de wijzers van de klok in.
    De sluitkap weer aanbrengen en de pennetjes tegen het papier aan zetten.
    Bij apparaten op batterij vervalt het opdraaien uiteraard.


  • Het voorgedrukte papier start op maandag. Wanneer het papier op een andere dag wordt vervangen, dan ‘maandag’ op het papier veranderen in bijvoorbeeld ‘woensdag’, enzovoorts.

    Dit om twee redenen van belang: als de schrijfpen de sluitbeugel passeert, levert dit een vertraging op, bovendien sluit het papier niet rondom aan, de meettijden kloppen dan niet meer, er ontstaat dan een verschil van drie uur.

    Belangrijk: vervang het papier iedere week, anders is niet meer bekend in welke week een bepaalde omloop plaats vond.


  • Het aflezen en interpreteren van de papieren vergt enige oefening. Als er niets aan de hoeveelheid vocht in een ruimte verandert, zal bij het stijgen van de temperatuur de relatieve vochtigheid dalen, en omgekeerd. Soms zijn onverwachte schommelingen terug te voeren op een plotselinge verandering in het buitenklimaat, het al of niet aanstaan van de verwarming, het open blijven staan van een deur die normaal gesloten is, een groepsbezoek, enz. Het is raadzaam zulke gegevens bij het vervangen van het papier er direct op te noteren. Bewaar de papieren in een klapper.
    Bij het analyseren van de gegevens kunt u desgewenst de hulp inroepen van Museaal & Historisch Perspectief.


  • De plaats van de thg is belangrijk, hij moet trillingsvrij staan, niet in direct zonlicht, bij voorkeur op een hoogte van 1-1½ m en zo vrij mogelijk in de ruimte, of daar, waar zich (de meeste) objecten van organisch materiaal bevinden.


  • Het apparaat moet voorzichtig, zonder schokken, worden verplaatst, anders kan het ontregeld raken.


  • Ook nadat er klimaatapparatuur is geplaatst, is het meten met de thg van belang, ter controle van de werking van de apparaten.


  • Als de inkt van de schrijfpennen op is, voorzichtig een druppel stempelinkt toevoegen om ze weer enige tijd te laten werken.


  • Een set nieuwe pennetjes is verkrijgbaar bij:
    CaTec
    Wateringen
    tel. 0174-272330


  • Registratiepapier is eveneens verkrijgbaar bij CaTeC en bij
    Meetpapier BV
    Wormer
    tel. 075 6282957

    NB: De papieren niet kopiëren. Kopieerapparaten kopiëren niet altijd precies op 100%. Bovendien is het lastig aan de onderkant precies de goede randbreedte te krijgen.

Terug naar boven

het regeneren en ijken van de thermohygrograaf

  • De thermohygrograaf moet eens per maand worden geregenereerd (de leverancier spreekt zelfs over elke drie weken). Dit geschiedt door er een natte, maar niet druipende doek goed aansluitend over- en omheen te leggen gedurende ongeveer 30 minuten. De onderste arm moet dan gezakt zijn tot 97-98% (af te lezen op het papier). Daarna het apparaat gewoon aan de lucht laten drogen.
    Als dit regenereren niet regelmatig gebeurt, verliezen de haren hun elasticiteit en geeft de thg niet meer correct aan.


  • Eenmaal per jaar dient de thg na het regenereren te worden geijkt (vergeleken en zonodig bijgesteld) met een (geijkte!) thermohygrometer. Plak na het ijken een sticker op de thg met daarop de datum van de volgende ijking.

Terug naar boven

de datalogger

Dataloggers meten de temperatuur en de vochtigheidsgraad, de gegevens worden opgeslagen in hun geheugen. Ze kunnen op de computer worden geprogrammeerd en uitgelezen, de gegevens kunnen worden uitgeprint in de vorm van een grafiek, vergelijkbaar met die van de thermohygrograaf. Dataloggers kunnen gedurende lange tijd achtereen metingen doen.

Ze vergen veel minder onderhoud dan de thermohygrograaf. Eens in de 1½ -2 jaar dienen ze te worden gekalibreerd. Dit kan men niet zelf doen.

Er zijn verschillende systemen, ofwel de datalogger moet worden meegenomen naar de computer om te worden uitgelezen, ofwel hij is op afstand uitleesbaar. De aanschaf van het eerstgenoemde type is veel goedkoper dan die van een thermohygrograaf.

Overweegt u de aanschaf van meetapparatuur dan worden dataloggers aanbevolen.

Terug naar boven

de bevochtiger

In veel musea is de lucht in een periode met een droog buitenklimaat (bij vorst, bij droog weer in de zomer) te droog. Doordat het buitenklimaat invloed heeft op het binnenklimaat, zal de relatieve vochtigheid binnen langzaam dalen. Om de RV in de ruimtes op peil te houden moet men gaan bevochtigen. Dit gaat het beste in gesloten ruimtes.
Ideaal voor musea met objecten uit verschillende materialen is een constante relatieve vochtigheid van 48-55% RV.

waterbakken
Een simpele, maar meestal niet aan te bevelen methode is het ophangen van waterbakken aan de radiatoren. Een voordeel is dat het water verdampt als de radiatoren aan zijn (en de RV omlaag gaat). Nadelen zijn de kleine capaciteit, dat ze heel plaatselijk werken en dat er schimmel of alggroei kan ontstaan indien ze gevuld blijven als de relatieve vochtigheid hoog genoeg is.

geschikte bevochtigers
Voor musea zijn alleen de bevochtigers die werken volgens het principe van de koudverdamping geschikt. De meest gebruikte bevochtiger is die van het merk Defensor, type PH14. Deze heeft 2 reservoirs van elk 10 liter. Ze zijn gemakkelijk verplaatsbaar, een nadeel is echter dat de reservoirs in droge periodes vaak bijgevuld moeten worden.
Het type PH14 A kan worden aangesloten op een watertoevoer. Hierdoor bespaart men tijd en voorkomt men dat de bevochtiger regelmatig leeg staat.
aantal bevochtigers
Of één bevochtiger voldoende is om een ruimte te bevochtigen hangt af van verschillende factoren: de grootte van de ruimte, de indeling van de ruimte, de ventilatorstand (er zijn drie standen, hoe hoger hij staat hoe meer capaciteit hij heeft, maar de hoogste stand geeft meer geluid) en hoeveel vocht er in de ruimte gebracht moet worden.

lege bevochtigers
Zorg ervoor dat de bevochtiger tijdens een droge periode niet leeg komt te staan. De RV in de ruimte zakt dan namelijk weer en schommelingen zijn schadelijker dan een constant iets lagere RV dan 50% RV.
Wanneer bevochtigers leeg staan stel dan een lagere waarde en een lagere stand in van de ventilator. Al wordt dan misschien niet de ideale waarde behaald, de bevochtiger raakt dan niet leeg. Het is natuurlijk beter om meer bevochtigers te plaatsen waardoor dit voorkomen kan worden.

onderhoud
Het schoonhouden van filters en andere onderdelen is belangrijk om de capaciteit te behouden en om te voorkomen dat er vervuilde lucht de ruimte ingeblazen wordt. Het dient regelmatig te gebeuren. Het is mogelijk om met de leverancier een filtercontract af te sluiten. Dan worden de nodige filters jaarlijks toegestuurd waardoor men automatisch aan het onderhoud wordt herinnerd. Het is echter verstandig om ook tussentijds (4x per jaar) het apparaat te onkalken. De filters en mat gaan dan ook langer dan een jaar mee. Is de kalk vast gaan zitten dan kan hij worden opgelost met behulp van in schoonmaakazijn gedepte watten. De watten zorgen ervoor dat de azijn op de gewenste plaats blijft zitten.

Terug naar boven

de ontvochtiger

Er zijn periodes waarin de relatieve luchtvochtigheid in het museum te hoog wordt, bijvoorbeeld als het buiten veel regent.

Er zijn verschillende types ontvochtigers. De meest voorkomende ontvochtigers in musea zijn van het merk Defensor of DeLonghi.

Vaak geeft een ontvochtiger weinig problemen en vergt hij weinig onderhoud. Controleer wel regelmatig of het filter en de bak niet te vuil zijn.

Bekijk of het mogelijk is de ontvochtiger aan te sluiten op een afvoer. Hiermee voorkomt men dat het apparaat afslaat omdat de opvangbak vol is geraakt. Dit veroorzaakt namelijk weer schommelingen in het klimaat: doordat het water gaat verdampen stijgt de RV totdat de bak wordt geleegd. Een nadeel ervan is wel dat het apparaat niet gemakkelijk op een andere plaats is in te zetten.

Terug naar boven

de instelling en plaatsing van be- en ontvochtigers

Meestal wordt de bevochtiger ingesteld op 50, dat wil zeggen dat hij gaat bevochtigen als de RV lager wordt dan 50%.
Ontvochtigers hebben geen fijnregelaar, ze moeten proefondervindelijk worden ingesteld. Het best gaat dat door er een thermohygrometer, -graaf of datalogger op te leggen en de ontvochtiger zo af te stellen dat hij juist aan gaat als de thg of datalogger 55% RV aangeeft. Hij gaat dan ontvochtigen als de RV hoger wordt dan 55%.

Zowel be- als ontvochtgers worden nogal eens te dicht op de wand gezet, ze hebben dan niet genoeg ruimte om optimaal te kunnen werken. De fabrikant noemt een afstand van minimaal 15 cm van de wand. Zo vrij mogelijk in de ruimte

Een bevochtiger moet niet pal naast een ontvochtiger worden neergezet, ze kunnen elkaar dan voortdurend aan het werk houden.

Terug naar boven