Niet alles is op te lossen met apparatuur, het is belangrijk om ook naar het gebouw te kijken. Veranderingen aan het gebouw zijn echter vaak duur en zijn soms niet mogelijk omdat het gebouw op de monumentenlijst staat. Wel kan men ervoor zorgen dat de deuren zoveel mogelijk gesloten blijven. Zet sluitveren op de deuren. Voorkom tocht in het gebouw door kieren dicht te stoppen en door tochtstrips te gebruiken.
Een tochtsluis is vrij gemakkelijk te maken en helpt mee het klimaat binnen op peil te houden.
Dubbelglas helpt, evenals luiken, die bovendien het zonlicht buiten houden.
Vaak wordt het depot in de slechtste ruimte van het gebouw geplaatst, hierin worden de objecten echter langdurig geborgen. Een depot hoort niet in een vochtige kelder of op een tochtige zolder thuis.
Gaat u delen van het gebouw aanpassen, zorg dan dat u geschikte materialen gebruikt.
Gebruik voor het isoleren als isolatiemateriaal steenwol.
(Vuren)hout en gipsplaat zijn klimaatbufferende materialen, ze geven vocht af als het te droog is en nemen vocht op als het te vochtig is. Ze dragen er zodoende toe bij het klimaat constanter te maken.
Veel plaatmaterialen geven schadelijke gassen af en kunnen niet worden gebruikt in een museale context. Hieronder vallen onder meer spaanplaat, meubelplaat, MDF (ook de zogenaamde Zf-variant) en underlayment-plaat. Alleen watervastverlijmd vurenmultiplex is bruikbaar. Als MDF wordt voorzien van een aantal lagen niet-dampdoorlatende verf, kan het wel worden toegepast. De verf moet echter, voordat er objecten mee in aanraking komen, voldoende tijd kunnen uitdampen.
Ook massieve houtsoorten geven emissie van schadelijke gassen. Massief vuren- of grenenhout is de beste houtsoort, eikenhout bijvoorbeeld hoort tot de minst goede en zou beslist niet gekozen moeten worden.
Neem bij twijfel contact op met de museumconsulent behoud en beheer.
Terug naar boven