wanneer doen we aan oral history?
Geschiedbeoefening is in de eerste plaats de bestudering van geschreven bronnen. Maar ook afbeeldingen, gebouwen, objecten of landschappen kunnen een bron zijn voor onze historische kennis. Dit factsheet gaat over de menselijke herinnering, die ook als bron voor historisch onderzoek kan worden beschouwd: oral history of mondelinge geschiedenis geeft, eenmaal opgetekend uit de mond van de informant, de menselijke herinnering weer aan bepaalde gebeurtenissen, tijden of omstandigheden. Voor het afnemen van historische interviews worden bepaalde regels in acht genomen; het verwerken van de interviews moet eveneens zorgvuldig gebeuren.
waarom oral history?
Er is onder geschiedkundigen vaak behoefte aan aanvulling op de ‘officiële’ geschiedenis uit documenten door toevoeging van persoonlijke herinneringen. Meer dan rekeningen of notulen kunnen herinneringen van betrokkenen iets zeggen over het dagelijks leven, het tijdsbeeld, de sfeer of de beleving van bepaalde gebeurtenissen. Ook speelt mee dat de stem van de ‘man in de straat’ beter tot uiting komt door hem te interviewen dan deze te beschrijven met behulp van geschriften.
Mondelinge geschiedenis helpt ook mee bij het opzetten van presentaties of manifestaties gericht op het herleven of herbeleven van bepaalde gebeurtenissen (bijvoorbeeld de Watersnoodramp in 1953) of gericht op het reconstrueren, tonen en bewaren van bepaalde technieken, gebruiken of tradities. Historische interviews dragen bij aan het behoud van kennis, het instandhouden van overlevering of tradities en het opwekken van interesse voor en ontsluiting van het verleden.
Er zijn ook critici van mondelinge geschiedenis. Zij zeggen:’Oral history is oral fantasy’. Hiermee doelen zij op de menselijke neiging om bepaalde gebeurtenissen uit het verleden te vergeten, te verdraaien of er nieuwe betekenissen aan te geven. In alle gevallen is het noodzakelijk datgene wat informanten naar voren brengen zoveel mogelijk te controleren met behulp van de reeds beschikbare kennis.